Op mijn fietstocht van Rome naar huis, voorzomer 2025, pauzeer ik even in een boekenhuisje. Ik ben in Beaulieu, een van de vele wat levenloze dorpen in de Bourgogne. Op de planken met Franstalige boeken staat één Nederlandstalig boek: Dit mooie land van Kader Abdolah. Een verzameling van zijn columns, eerder verschenen in De Volkskrant.
Back tot he future
Het enige leesboek dat ik eerder bij me had, Wandelingen door Rome van Godfried Bomans, heb ik op een toepasselijke plek achtergelaten: in Rome. Nu, na drie weken op weg, ben wel weer toe aan wat letters op papier. Mijn fietsgidsen zijn niet echt leesvoer en de lettertjes op mijn telefoon vind ik niet prettig.
Als ik begin te lezen ben ik gelijk weer thuis. De eerste van de in het boek opgenomen columns gaat over immigratie en integratie. Verhalen uit het begin van dit millennium, thema’s die ook nu de boventoon voeren in de Nederlandse politiek. Politiek waar ik even ver weg van was, al heb ik wel meegekregen dat het wankele kabinet definitief gevallen is.
Even verder in het boek waan ik me weer een paar weken eerder op mijn reis, als de column gaat over Mantova. Daar fietste ik doorheen, op zoek naar de nieuwe fietsschoenen die ik sindsdien met veel plezier draag. In 72 bladzijden ga ik van vandaag naar twintig jaar terug, van hier naar huis, naar Mantova en weer terug naar Beaulieu. Back to the future. En dat allemaal op een plastic kuipstoeltje van een houten boekenhuisje in een van God en iedereen verlaten plaatsje in de Bourgogne.
Verwachtingen
Ik lees graag waargebeurde verhalen, vooral van pelgrimstochten. Altijd Vandaag, Pelgrim zonder God, De brug naar Santiago of meer dan één boek met de titel Pelgrim. In inkt op papier vervatte ervaringen. Geen geromantiseerde verhalen tegen het decor van een camino, geen valse verwachtingen.
Ik ben er even niet, met de ondertitel Mijn voetreis naar Santiago, van Hape Kerkeling gooide ik in de prullenbak, nadat bleek dat de schrijver op dag drie al de bus nam omdat het regende. Ik kon dat niet rijmen met de ervaring van mijn eigen voetreis van huis naar Santiago. Later is die ondertitel aangepast naar Mijn spirituele tocht naar Santiago de Compostela. Dat klonk een stuk eerlijker.
Weer op pelgrimstocht
Aan de andere kant van deze lezer zit altijd een schrijver. Een pelgrim die na thuiskomst of misschien nog onderweg, het schrijven ziet als een manier om ervaringen een plek te geven. Om betekenis te zoeken en te kunnen begrijpen wat de tocht met hem of haar doet of gedaan heeft.
Schrijven kan een krachtige manier zijn om herinneringen te ordenen, emoties te verkennen en onverwachte inzichten aan het licht te brengen. Door te schrijven volg je een innerlijke pad, dat parallel loopt aan de fysieke tocht die je hebt gemaakt. Weer op pelgrimstocht dus eigenlijk.
Volgens de Franse filosoof Paul Ricoeur (1913-2005) geven mensen hun identiteit mede vorm via verhalen. Door het narratief dat we over ons leven creëren begrijpen we onszelf. Dagboekfragmenten, losse notities of zelfs een verzameling schetsen helpen om de indrukken om te vormen tot een betekenisvolle persoonlijke geschiedenis. Schrijven is niet alleen terugkijken, maar ook vooruitkijken. Het laat je zien welke stappen nog te zetten zijn.
Waanzin
Maar welke lezer zit er dan op het verhaal van een schrijver te wachten? Mijn wedervraag daarop: is dat belangrijk? De Deense filosoof Kierkegaard schreef niet voor een publiek in termen van marketingstrategie. Hij schreef voor de enkeling, die ene lezer van wie hij hoopt dat die de moeite neemt om ‘niet langzaam, niet te snel’ lezend de woorden van zijn boek tot zich te nemen [1].
Misschien moet je daar wel een beetje gek voor zijn, al dat werk doen zonder dat je jouw publiek kent en weet of er überhaupt publiek is. Gewoon voor jezelf, en zien wat ervan komt. Een troostende gedachte is misschien dat eerder genoemde Kader Abdolah op het Boekenbal 2015 zei: ‘Zonder waanzin is het niet mogelijk om te schrijven.’ Een beetje gek zijn is dus niet erg.
Is het met een pelgrimstocht niet hetzelfde? Je gaat ook op pelgrimstocht voor jezelf. Om mee te maken, te ervaren, te leren, te ontwikkelen. Of gewoon om een mooie reis te maken naar een – voor jou – Heilig doel. Een pelgrim gaat niet op pelgrimstocht met de doelgroep van zijn of haar verhaal in het achterhoofd. Een pelgrim gaat gewoon.
Nieuwe perspectieven
Naast schrijven opent ook het lezen nieuwe perspectieven. Verhalen van andere pelgrims kunnen troost bieden, herkenning oproepen of juist uitdagen om verder te gaan dan je dacht mogelijk was. Ze laten zien dat elke tocht uniek is, maar dat de onderstroom vaak universeel is: twijfel, verlangen, verlies, hoop.
Dat universele zien we ook terug in Joseph Campbells concept van de heldenreis. Elke pelgrim volgt een archetypische cirkel: een oproep om op pad te gaan, de confrontatie met hindernissen, hulp van onverwachte metgezellen, een innerlijke transformatie en uiteindelijk de terugkeer met een nieuwe blik op het gewone leven. Door te schrijven en te lezen wordt die reis zichtbaar, benoembaar en deelbaar.
De pelgrim op papier is niet alleen een reiziger van wegen, maar ook van woorden. Een pad kan minstens zo verhelderend zijn. Want een verhaal laat je wegzweven in de tijd en naar een andere plek. Zin voor zin, stap voor stap. De letters op papier overbruggen de afstand tussen fictie en werkelijkheid. Een goed verhaal laat je even thuiskomen.
[1] Kierkegaard – Een inleiding in zijn leven en werk, Geert Jan Blanken, Anbo 2012 (p.19)



