Het is niet duidelijk of het daar begon, in de boekenkast op de werkkamer van mijn opa. In mijn gedachten zie ik hem zitten op de eikenhouten bureaustoel – die nu aan onze eettafels staat – achter zijn eikenhouten bureau, aan de boekhouding of schoolwerk aan het corrigeren. Vlak daarachter stond die boekenkast. Het eiken heeft mijn opa ruim overleefd, hij overleed niet lang na zijn pensionering. 43 jaar terug, ik was 13. In die boekenkast stond het boek dat voor me op tafel ligt, Pieter Bas van Godfried Bomans. Op het schutblad lees ik in het handschrift van de onderwijzer die hij was zijn naam. De tweede druk, uit 1943, die met de grijze linnen kaft en oranje opschrift.
‘Een vernoeming?’ hoor ik u denken. Het blijkt meer een naam die op toeval berust, al heeft dat boek mijn moeder – mijn opa was haar vader – misschien onbewust wel op een idee gebracht. De werkelijkheid is minder literair. Mijn moeder stond ‘voor de klas’ en in een van die klassen zat een jongetje met mijn naam. Dat wist ze toen nog niet, ik kwam pas later.
Het boek
Pieter Bas was het eerste boek van Godfried Bomans. De eerste druk verscheen in 1936. Of eigenlijk, twee eerste drukken: één bij Vox Romana en één bij het Thijmfonds. Hoe ik dat weet? Ze staan hier in de kast. Samen met nog pakweg 40 andere drukken, waaronder ook de uitgaven in Esperanto en Duits, in grootletter en in braille. Waar mijn vrouw heel blij is met één Pieter-Bas, kan ik er geen genoeg van krijgen. De originele titel van het boek luidt trouwens:
Memoires of gedenkschriften van Mr. P. Bas, oud-minister van onderwijs, kunsten en wetenschappen, oud-lid van de Tweede Kamer der Staten Generaal, oud-burgemeester van Gouda, oud-wethouder van Dordrecht, voorm. voorzitter van de Vereeniging tot veredeling van volksvermaken, bestrijding van drankmisbruik, bevordering v. vreemdelingenverkeer en andere genootschappen, commandeur in de orde der Nederlandsche Leeuw, houder der Siameesche eere-Pantalon en het legioen d’honneur d’Afrique, officier i.h. Zweedsche Victoria-kruis, raadsheer in de orde der millioen olifanten en het witte zonnescherm van het koninkrijk Eli-Prabang, begiftigd met het gouden zwaard van het hertogdom Kent, enz. enz.. Bijeengezameld en geordend door Godfried Bomans, student in de rechten.


Vanaf de derde druk werd deze ingekort naar: Memoires of gedenkschriften van minister Pieter Bas bijeengezameld en geordend door Godfried Bomans. Ik ben blij dat mijn ouders niet zo breedsprakig waren. Laten we het houden bij Pieter Bas.
In het boek doet Bomans zich voor als executeur-testamentair die de memoires van de fictieve oud-minister van Onderwijs Mr. Bas heeft geordend. De memoires zijn volledig verzonnen, Mr. Bas heeft nooit bestaan. De memoires zijn op zich ook curieus, ze gaan over zijn jeugdjaren. Ze eindigen juist waar het werkzame en bekende leven van Bas begint, het deel wat meestal aanleiding is tot het schrijven van memoires.
Onze fietstocht
Precies 90 jaar na het verschijnen van de eerste druk van het boek volg ik met mijn zoon Thije het spoor van Pieter Bas, een fietstocht langs markante plekken van een niet bestaand persoon. Onderweg zei ik vaak ‘Fiets maar even achter me’ als het even te smal of te druk werd. ‘In het spoor van Pieter Bas!’ riep Thije dan. En zo fietsten we in drie dagen 130 kilometer, van Dordrecht naar Haarlem. En anders dan Bomans zelf schrijft in Pieter Bas, heeft onze tocht wél een duidelijk begin, midden en eind.
Neen, men kan van dit werk zeggen wat men wil, maar het is uniek. Het is werkelijk iets heel bijzonders. Want niet alleen is er geen einde, maar men kan ook met recht twijfelen aan een begin. Op welk punt immers vangen gewoonlijk de memoires van een staatsman aan? Wel, op het ogenblik dat hij schuchter begint staatsman te worden, laten wij zeggen op zijn vijf en twintigste jaar. En dit is nu juist het punt waar deze memoires ophouden. Natuurlijk, men kan toornig worden, dat weet ik heel goed. Maar is het niet aardig wanneer er af en toe eens een boek verschijnt, zonder begin, zonder einde en zonder eigenlijk middenstuk? Want ook het middenstuk, moet ge weten, is aan twijfel onderhevig.
Wij beginnen in Dordrecht, waar Pieter Bas in 1850 als zoon van de gemeentesecretaris werd geboren. Om precies te zijn starten we bij de Grote Kerk in Dordrecht, waar Godfried Bomans nog maar een paar maanden voor zijn overlijden, eind 1971, een lezing hield voor een overvolle kerk. Dezelfde kerk als waar de jonge Bas naar ‘den Zondags-dienst’ ging met zijn vader.

Bomans gebruikte in zijn boek een enkele keer een bestaande plek, maar meestal waren ze fictief. En is het volgen van de sporen van een fictief persoon al lastig, het bezoeken van fictieve plekken is schier onmogelijk. Zo stond het geboortehuis van Bas op de niet bestaande hoek van Jan de Witstraat en het Oude Muntplein. Toch fietsen we wel door de in het boek genoemde Wijnstraat, en – om het geheel met wat meer pelgrimsgevoel op te leuken – langs de Jacobskapel (inmiddels woonhuis) en over het Sint Jacobsplein. Verder is er in Dordrecht overigens niks dat nog herinnert aan de aanwezigheid van Pieter Bas. We verlaten Dordrecht dan ook, met de busboot. Net als Pieter Bas dat deed in 1868, al was het toen nog een ouderwetse veerpont. Dordrecht was nog een eiland, pas in 1872 werd een spoorverbinding aangelegd. Na de pont reist Pieter Bas in een diligence naar Rotterdam, vanwaar de trein naar Leiden vertrok.
Gouda
Maar wij gaan eerst naar Gouda, geografie gaat vóór chronologie. We fietsen naar Kinderdijk, waar we als toerist in eigen land slalommend om andere toeristen heen langs de rijen molens fietsen. Hoe vaak Thije zijn fietsbel ook gebruikt, de foto’s makende toeristen trekken zich er niks van aan. En of dat allemaal niet genoeg is fietsen we daarna langs het diep(s)tepunt van Nederland. Op een onooglijke plek aan een drukke parallelweg van de A20 staat, aan de rand van een terrein vol met vrachtwagens, een monument voor dit punt. 6,74 Meter onder NAP. En met het stijgen van de zeespiegel wordt dit meer, tot het door klimaatverandering vast een keer zal verdwijnen.
Pieter Bas was burgemeester van Gouda van 1876 tot 1881 en woonde aan de Hoge Gouwe nummer 21. In de gevel zit een plaquette die hieraan herinnert. Tegenwoordig zit er in dit pand een dierenkliniek, vernoemd naar de toenmalige burgemeester.

We slapen bij een Vrienden-op-de-Fiets-adresje om de hoek van de Hoge Gouwe, in wat ooit een apotheek was. Het huis is ruim 400 jaar oud en heeft tot 2007 dienst gedaan als Farmaceutisch museum. Op verschillende plekken zijn er nog van tekst voorziene spiegelwanden die aan die tijd herinneren. Het pand ademt historie, van lang en wat korter geleden. Al is het met die ongeïsoleerde houten vloeren en krakende eeuwenoude trappen ook een beetje een rommelig en gehorig gebeuren. Thije heeft er geen last van. De puber valt al vroeg in de avond als een blok in slaap door de tegenwindse kilometers.
Leiden
Pieter Bas studeerde van 1868 tot 1873 rechten aan de Leidse Universiteit. Hij woonde op kamers bij mevrouw Fles, aan de Breestraat 37. Op zijn zeventiende werd hij lid van het gezelschap Arti et Amicitia. Ter herinnering aan dat niet bestaande feit liet de Leidse Studentenjaarclub ‘Pieter Bas’ bij hun Diesviering in 1961 aan de Breestraat een gevelsteen aanbrengen. Na een toespraak van de praeses werd de steen onthuld door het oudste en enige erelid van deze jaarclub, Godfried Bomans.

Het fietsen gaat Thije vandaag aanmerkelijk beter af, met de zon op het hoofd en de wind in de rug. Hij laat geen kilometer voorbijgaan zonder even op zijn achterwiel te rijden. En zo komen we door Waddinxveen en aan de rand van Zoetermeer. Maar vooral fiets ik door het Groene Hart, met een al wheelies makende Thije in mijn spoor.
Er zijn meer plekken waar Pieter Bas is geweest, met zijn optreden in de Tweede Kamer der Staten Generaal, werkzaamheden in Genève en enkele politieke reizen in het buitenland. Maar zijn leven en handelen is nergens zo tastbaar als in Leiden en Gouda. Bovendien is het een beetje te ver om allemaal te gaan fietsen in drie dagen. Het spoor loopt dan ook een beetje dood. Bomans heeft het weliswaar over Bas’ dood, omdat hij de memoires van Bas uitwerkt na diens overlijden op zijn 86e. Maar ook in de later uitgegeven verzamelband Werken Deel I uitgegeven Memoires of gedenkschriften van minister Pieter Bas, deel twee: Bekentenissen van een oud man staat nergens wanneer en waar precies Pieter Bas is overleden. Laat staan dat bekend is waar hij ligt begraven.
Bloemendaal
Langs de kilometerslange trekvaart Leiden-Haarlem, via de Sint Jacobsstraat in De Zilk en de Godfried Bomanslaan in Vogelzang fietsen we naar het eindpunt van de man waar het mee begon, op begraafplaats Adelbert aan de Dennenweg in Bloemendaal. Maar niet voordat we het Kopje van Bloemendaal bedwingen. Een 43 meter hoge duin, waar de top wordt gemarkeerd door een afbeelding van een brievenbus op ware grootte met daarop een eerbetoon aan Gerrie Knetemann, de ‘Koning van ’t Kopje’. Bovenop ’t Kopje keren we om en fietst Thije met 40 kilometer in het uur weer naar beneden, wielrenners inhalend. Thije is een goeie daler, hij trapt nog even bij om nog wat harder te gaan.
Bij villa Boshof aan de Parkweg nummer 10, waar Bomans woonde van 1961 tot aan zijn dood op 22 december 1971, knijpen we even in de remmen. De wat luid blaffende hond, het gesloten hek en het feit dat het om privéterrein gaat, weerhouden ons ervan de tuin in te wandelen. Hadden we dat gedaan dan konden we een beeldje zien van Pa Pinkelman en Tante Pollewop. Op weg naar de begraafplaats passeren Thije en ik ongemerkt nog een ander voortspruitsel uit Bomans werk: in Thijsse’s Hof staat een beeldje van Erik uit Erik Of Het Klein Insectenboek. We kunnen niet alles zien.

Op minder dan twee kilometer van de plek waar Bomans overleed werd hij begraven. Als ik een van de vrijwilligers die op de begraafplaats aan het werk zijn vraag naar het graf van Bomans, loopt een vriendelijke mevrouw ons voor. Op plek E123 ligt de schrijver, aan de voet van twee innig verstrengelde, maar verschillende bomen. Je zou kunnen denken dat dat mooie symboliek is voor de schrijver die zich beweegt tussen twee werelden: het speelse en het serieuze. Bomans neemt het leven niet zwaar, maar ook niet lichtzinnig: humor en ernst groeien als het ware in elkaar.
Haarlem
Het eindpunt van Godfried Bomans is niet het onze, wij gaan nog een stukje verder, terug in de tijd. Aan de Noordzijde van station Haarlem wordt een van de bekendste inwoners van de stad geëerd met de afbeeldingen van twee van zijn bekende aforismen. Op een plek waar schijnbaar achteloos fietsen en brommers geparkeerd staan, en waar we zelf bijna achteloos aan voorbij fietsen staat te lezen:


En naar huis gaan we bijna, maar niet voordat we langs de Zonnelaan gaan, waar Bomans woonde van 1943 tot 1961, op nummer 17. In dat huis zat Joods musicus Hans Lichtenstein bij Bomans ondergedoken van 1944 tot het eind van de oorlog. Vlak naast dat huis is, in het poortje naar de binnentuin, een andere tekst van hem te lezen, uit zijn boek Buitelingen.

Een universele wijsheid die jaren later ook terug te vinden is in het boek De Alchemist van Paolo Coelho. Daarin reist de jonge schaapherder Santiago de halve wereld rond op zoek naar een verborgen schat. Aan het einde van het boek ontdekt Santiago dat de schat zich bevindt bij de plek waar hij zijn reis begon, thuis in Andalusië. Dat kon hij pas begrijpen door eerst weg te gaan.
Na drie mooie dagen fietsen gaan wij ook naar huis. De plek waar we altijd weer terugkeren, maar niet nadat we eerst zijn weggegaan.
Bronnen
– En nu maar lopen – Twee wandelingen met Godfried Bomans door Haarlem, Freek van Leeuwen, Godfried Bomans Genootschap , 2000
– Pieter Bas – Memoires of gedenkschriften van Minister Pieter Bas, Godfried Bomans,
– Godfried Bomans Werken I – romans, kronieken, dagboeken, bezorgd door Annemarie Feilzer en Peter van Zonneveld, De Boekerij Amsterdam, 1996



