Dankbaarheid

Langs een weg geplaveid met ontmoetingen fietste ik in juni van dit jaar van Rome naar huis. Mijn gezin reisde thuis met me mee. Ik stuurde aan het eind van elke dag een bericht waar ik was en ze volgden mij op Polarsteps. De kaarten thuis op tafel, met de rode stippen op de plekken waar ik heb geslapen, zijn de stille getuigen van de kilometers die ik heb gemaakt.

Mijn vrouw en twee kinderen maakten hun eigen reis, die moeilijker was dan die van mij. Zij bleven thuis, de zaken gingen door, maar dan zonder man en vader. Om te overleggen, op terug te vallen of taken mee te verdelen. Ik zat lekker op mijn fiets nieuwe indrukken op te doen, mensen te ontmoeten, koffie te drinken. Hun reis bestond uit misschien wel nog hoger toppen en diepere dalen, met dagen waar geen eind aan leek te komen. Alleen, zwoegend, net als ik op eigen kracht. Ook dan moet je soms verder dan je eigenlijk wilt of kunt.

Ik kan wel lekker schrijven over ‘minder moeten’, maar als er iets altijd moet is het de zorg voor de kinderen. Je kunt de last van de wereld misschien even van je afgooien, de kinderen blijven we altijd dragen. Dat doen we samen, dat realiseren we ons nu des te beter. Die fietstocht was geweldig, intens en om nooit te vergeten. Ik ben dankbaar voor de mogelijkheid die mijn vrouw en kinderen mij geboden hebben, en het vertrouwen dat zij in zichzelf hebben gehad om het een paar weken zelf te doen.

En dat kunnen ze prima, zonder mij. En, zo blijkt, ook ik kan prima mijn eigen ding doen. Wat me gegeven is heeft me geleerd dat ik niet altijd de verantwoordelijkheid hoef te nemen die ik altijd voel. Ik ben nog steeds betrokken, ook als ik er niet ben. Door ruimte te geven onstaat ruimte voor anderen.

Wij hebben de keuze om alleen te gaan, omdat we samen zijn. Om ervaringen te delen, te zien en te voelen wat de ander ziet. En ook al gaan we alleen, we weten waar we elkaar altijd weer ontmoeten: dat is thuis. Onze Heilige plek, de plek waar we willen zijn.

Scroll naar boven